Vergeten of onthouden, dat is de kwestie.

Er loopt een vlieg op mijn bord. Hij vreet me de jam van de beschuit.

Zodra hij op het tafelblad loopt, haal ik uit met mijn hand. Mis. Een vlieg vangen moet anders. Snelheid is niet waarmee je het redt.
Traagheid is het devies. Als je de vlieg heel langzaam benadert, werkt zijn reflex niet.
Nu vang ik mijn vliegen door ze heel langzaam met een geopende hand te benaderen.,
En als ik dan op twee centimeter afstand ben, sla ik toe. Hebbes.
Hoe kan dat?
Ik denk dat een vlieg een geheugen heeft.
Er zit een vlieg op de tafel. Hij herinnert zich even dat hij daar zit onder een blote hemel. En dan komt mijn hand boven hem.
‘Hé,’ denkt de vlieg, ´er is een dak boven mij. Ik was vergeten dat ik daaronder was gevlogen‘. Mijn hand zakt langzaam. ‘Hé’ denkt de vlieg, ‘kennelijk zit ik onder een laag dak, dat was ik vergeten’
Mijn hand zakt langzaam verder. En weer denkt de vlieg: ‘Hé, ik zit onder een heel laag dak, nou ja, niet belangrijk.
En dan is het te laat. Hij kan niet meer reageren. –Pats- erbij.

Mijn vriend, Gert, heeft een kippenren van dubbeltjesgaas. Met een mooi nachthok erin. Platgetrapte grond met gaten van het krabben. Op de grond nog resten maiskorrels en graan. Daarin een trotse haan en vier broedse hennen. De haan denkt soms ‘Wilt heden nu treden’ Hij heeft onthouden hoe dat moet, want dat is belangrijke kennis. Want zonder treden geen kuikens en zonder kuikens geen leghennen en zonder leghennen geen eieren.
De zoon van mijn vriend heeft ook een kippenren. En buren. De haan kraaide te vroeg en te hard. Dat kon zo niet langer. De haan moest weg.
‘Pa , kan mijn haan bij jou in het hok?’
Gert vond dat goed. Maar zijn haan niet.
Dat ging zo: Ze hadden de gedeporteerde haan ’s nachts in het hok gezet.
De volgende morgen wordt de autochtone haan wakker, schudt zich de veren uit en wil zich klaar maken om de dag aan te kondigen. Hij kijkt naast zich en ziet de asielzoeker. ‘Wel …….(censuur)’, denkt hij, ‘ wat moet die concurrent hier?’. Hij stuift op hem af. De veren stuiven in het rond.
De haan van Gert haan wint.
De rangorde is bepaald en de beide hanen herinneren zich dat de ander er is. Er is rust.
De volgende morgen wordt de autochtone haan wakker, schudt zich de veren uit en wil zich klaar maken om de dag aan te kondigen. Hij kijkt naast zich en ziet de gedeporteerde. ‘Oh’, denkt hij, ‘dat is die allochtoon, die ken ik.’
De dag verloopt vreedzaam, net als gisteren.
Maar de tweede dag is hij vergeten dat hij een logé heeft. Hij komt uit de veren, kijkt naast zich en denkt: ‘Hé, wat is dat? Een vreemde snoeshaan. Wat moet die hier’. En weer stuift hij erop af. De veren vliegen in het rond.
En zo gaat dat steevast. Om de twee dagen is er ruzie.
Dat is gek.
Gelukkig hebben we de theorie van het korte geheugen.
De autochtone haan was vergeten dat hij een goede inwoner heeft.
En dus is er om de twee dagen strijd.
Ik denk dat onze gasttreder naar een veiliger asiel moet. Ook de kippenwereld is hard.

Bertus Grotenhuis.