Rotsvast geloven in de komst van de heilig man.

’t Is half september.
In de supermarkt zitten twee oudere heren op het bankje dicht bij de koffiemachine. De een heeft zich een warme chocomel getapt, de ander koffie.
Het zijn Wilfred en Berend.
De beide mannen zitten hier elke vrijdagmiddag een poosje. Hun vrouwen lopen met de boodschappenkar door de winkel. Wilfred en Berend hoeven niet te helpen, mogen dat zelfs niet eens meer. Dat hebben ze een keer geprobeerd maar het liep uit op gekrakeel omdat de heren zomaar de kar vulden met artikelen die niet op het lijstje stonden. Ze pakten lekkere sapjes van de betere merken en zelfs een keer Guinness, om te proberen.
‘Te duur!! Zo komen we niet uit met het huishoudgeld,’.riepen de dames.’Leg maar weer terug’
Sindsdien vermaken de kerels zich op de bank.
Vaak bekijken ze de klanten. Ze geven cijfers. Het valt hun op dat vrouwvolk dat vroeger niet eens in aanmerking kwam voor zelfs maar een beoordeling, nu in de voldoendes valt.
Berend zegt: ’Ik vind steeds meer vrouwen mooi. Kijk die daar . Veertig jaar geleden zou ik niet graag gezien worden met zo een van zestig en nu lig ik met zo’n oud gebouw in bed.
Wilfred: ‘Laat ze het maar niet horen, ‘Oud gebouw, dat kun je toch niet zeggen.’
‘Kijk, daar in die mand. Zijn dat geen pepernoten? Nu al??? . t Is pas september! Veel te vroeg. Belachelijk’.
Berend zegt: ‘Daar is niks mis mee. Dat de superinkoper ze nu al in de winkel heeft liggen moet je economisch-psychologisch duiden. Het is een uiting van het volste vertrouwen en er een vast geloof in hebben dat Sinterklaas nog steeds bestaat. Hij komt, hij komt, de grote heilige. Tegelijk kunnen pessimisten nu al aan het hamsteren slaan uit vrees dat straks alle nootjes op zijn’.
W:’Ik erger me eraan dat er zo voorbarig vooruitgelopen wordt op het Sinterklaasfeest terwijl de lucht van nootmuskaat nog lang niet uit de uitwasembuizen van de koekiesfebrek Frijling, komt’.
B: ‘Geeft niks. ’t Is goed voor de handel. Ik koop gauw een zak en ga op zoek naar het schap met het marsepein. En als mijn vrouw commentaar heeft, zeg ik dat het voor de kleinkinderen is.
En berend declameert spontaan een lied.
1 Verwacht de komst van Nic’laas,
Kom grutterman , bereid u voor:
reeds breekt in deze winkel
de geur van noten door.
Straks komt de sint in Dalfsen
en iedereen is blij
door groot vermaak en zifterij.
Kom wees er bij, op tijd.

2 Pak dan de schappen vol
met strooigoed en met speculaas.
Wilt gij uw beurs weer spekken,
zo ruimt uw winkel in.
Uw klant vertrouwt u helemaal.
Verhoog uw kansen.
De concurrenten, wees hen voor.
Zij slapen zeker niet.
Weelde ligt in het verschiet.

3 En wie kritiek heeft
en spreekt van ‘te voorbarig’
Die is een optimist
die gelooft dat
je gerust kunt wachten
en het wel goed komt allemaal.
Maar dan gaat toch je buurman
met d’omzet aan de haal.

Wilfred luistert aandachtig en zegt quasi eerbiedig: ‘Dat doet me aan het Kerstfeest denken’.
Bertus Grotenhuis.