Het varken uitlaten.

Het is al zeer lang geleden dat mijn vader en ik eens uit kuieren gingen met een varken. Nee, we gingen niet naar de overbuurman, Jan Hulst de beerhouder. We gingen de Blikkertsteeg uit, de Hessenweg over, de Witvossteegsteeg door richting ’t Vlier.

Meteen na de kruising Schoolweg sloegen we linksaf, een dam op, het weiland in. We gingen naar Willem Goos van Henne van de Kroene. Die woonde helemaal aan het andere eind van het weiland, aan de Dommelerdijk.

Mijn vader had het varken aan hem verkocht. Het was een zinnige motte die voor de zoveelste keer biggen zou krijgen. Maar mijn vader wilde het dier kwijt. Misschien was het beest toch niet zó zinnig? Sommige motten waren wel wat grauwerig als ze een toom biggen hadden.

Hoe dan ook, Willem Goos had er wel schik van. Hij hield wel van zo’n motte waarmee je kon lezen en schrijven. Al vrij snel werden ze het eens over de prijs. Het was ook nog familie, dat scheelt. Mijn vader en Willem waren volle neven.

Op weg dus naar de Dommelerdijk, binnendoor. Het was de kortste weg en dat was maar goed ook, want het was een hete dag, midden in de zomer. Het varken begon al gauw wat te schuimbekken. Het was zo’n lange wandeling niet gewend. Het was wel de kortste weg, maar kort is een relatief begrip. Amper het weiland in had het dier er al niet veel zin meer in. Het blies van de warmte en hijgde als een postpaard. Het scheelde niet veel of het dier was, geheel bevangen door de hitte, erbij gaan liggen om niet weer op te staan.

Goede raad was duur. Het dier op de rug nemen zat er niet in. Allebei hadden we een zwakke rug. Voetje voor voetje gingen we verder en met veel geduld wisten we het arme dier bij Willem en zijn moeder te krijgen.

Ja, dat waren nog eens tijden. Tegenwoordig loop ik elke dag een paar keer met de hond, net als zoveel mensen doen. Ze komen uit de nieuwbouw en gaan bij ons langs, met hun hond. We zouden nog raar opkijken als ze met een varken langs kwamen. Hoewel dat vroeger normal as usual was. Wilm van Haameijer bijvoorbeeld ging lopend met het varken naar de beer van Hulst. Via de Oude en de Nieuwe Hessenweg hier op aan. Dat was ook eens het geval met Nieuwjaar. De weg was besneeuwd en het was bar koud. Daar gingen ze de dam op naar Hulst. Het varken voorop, de boer er achteraan. ‘Het is net een n-j-jaorskaerte’, zei een tante die van Oud op Nieuw bij ons logeerde.

Wim van Lenthe