De zee, de zee…..

Toen ik 20 jaar geleden in de Muldersstraat kwam wonen, bleek mijn buurman scheepskapitein te zijn bij de koopvaardij. Wat een merkwaardige woonplaats, dacht ik hardop, je kunt in Nederland bijna geen plek bedenken die verder van de zee af ligt dan Oudleusen. Nou, zei de buurman, dat moet je anders zien: hier zit je precies tussen Rotterdam en Delfzijl, of tussen Vlissingen en Bremen zo je wilt, dus op een strategische plek tussen de verschillende havens. Zo had ik het nog niet bekeken.
Zelf ben ik een kind van de zee, ik heb daar hier al vaker over geschreven. Des te erger dat we tijdens de lockdown dit seizoen nog niet aan de Nederlandse kust waren geweest. Gelukkig kreeg ik een buitenkansje: mijn vrouw organiseerde een damesweekeinde in ons huis, en mij werd beleefd gevraagd tijdelijk mijn heil ergens anders te zoeken.
Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik besloot het groots aan te pakken in al zijn bescheidenheid. Op woensdagavond, na mijn werk, stapte ik in Dalfsen op de trein. Via Mariënberg, Almelo en Enschede zat ik al vroeg in de avond in Münster om van daaruit de nachttrein naar Bazel te pakken. Daar kwam ik met een kleine vertraging aan om een uur of zeven in de ochtend. Daardoor miste ik mijn aansluiting naar Genua, maar die kon ik gelukkig nog achterna reizen via Bern en Brig. Later op de dag, bij Genua, kwam het oogverblindende azuur in zicht van de zee. En de hele rit langs de Riviera voerde langs de stranden waar mensen uitgebreid zitten te eten, baden of in de zon liggen.
Kort en goed, einde middag zag de hotelbaas me op slippers in mijn zwembroek het strand op rennen. Un bagnetto? riep hij, een duikje? Si, signore! Nog even voor het avondeten!
De kalmte van de nachtelijke golfslag, de eerste zonnestralen die ’s morgens door de luiken gluren, krijsende meeuwen, een zilte bries, cappuccino op het strand, overdag een ligbedje onder de parasol. Ik vind mijn eigen achtertuin al een paradijs, maar van tijd tot tijd heb ik toch even het zout nodig van de zee.
En als je dan op zondagochtend een keer vroeg opstaat, je neemt de trein van vijf voor zes, dan word je na een prachtige reis door Zwitserland en Duitsland in de avond weer keurig afgeleverd op het station van Dalfsen. Weer thuus.

Bert van den Assem