Corona-blues

Gister zat ik voor het eerst sinds tijden weer in
de auto op weg naar Lelystad. Daar is een van de
locaties waar ik werk. Tot vorig jaar maart
bezocht ik de locaties regelmatig om daar een
dag te werken, de teams te zien, gesprekken te
voeren en toen kwam Corona en moesten alle
mensen die niet direct met de kinderen werken,
volledig thuis werken.
We dachten dat het maar even zou duren,
maar nu zijn we ruim een jaar verder en
is de situatie voor mij onveranderd
als het om thuis werken gaat.
En soms ben ik er zo klaar mee!
We hebben een heerlijk huis op een heerlijke
plek waar het prima toeven is. Maar na ruim een
jaar lang thuis werken en online thuis
vergaderen voor de raad heb ik het wel gezien.
Ik besef me heel goed dat het een luxe
probleem is, maar dat neemt niet weg dat ik
mijn collega’s wel weer eens in het echt wil zien.
Ik kon er zo naar verlangen om weer in de auto
te stappen en naar Urk of Lelystad te rijden om
daar te werken. Naar Zwolle te fietsen voor een
dagje op kantoor met collega’s, samen lunchen
tijdens een wandeling door het park.
Even bij die collega binnen te lopen, waar het
thuis allemaal niet zo lekker loopt. Lekker dom
ouwehoeren bij het koffie-apparaat zonder een
mondflapje. Tijdens de middagpauze met z’n
allen de slappe lach krijgen om niets…
Al die dingen zijn weggevallen door het thuis
werken. Het contact met collega’s gaat via een
beeldscherm of de telefoon, letterlijk op
afstand en ook eerder afstandelijk.
Maar het uitzicht van achter mijn bureau is
goed. Ik zie mussen in de boom, een fluitende
merel, werklui langs de Hessenweg, bijna
ongelukken door roekeloze weggebruikers, een
spinnende kat in de vensterbank, de ochtendzon
op mijn gezicht.
En dan bedenk ik me hoe betrekkelijk mijn
zorgen zijn. Gister mocht ik weer een dagje
naar mijn werk. Ik voel me een rijk mens in de
wetenschap dat het thuiswerken van tijdelijke
aard is en dat het echt de langste tijd wel heeft
geduurd.
En zo lang mijn zorgen niet groter zijn dan dit,
waar heb ik het dan over?
Schop onder mijn kont: tel je zegeningen!
IK