Boerenverstand

Jammer genoeg kon de traditionele Wiekelaar bazar voor het tweede jaar op rij niet doorgaan. Veel gezelligheid en inkomsten gaan daarmee verloren. Gelukkig was er voorgesorteerd middels een grote verloting welke gelijk een succesnummer bleek. Achthonderd loten van 20 euro bleken snel uitverkocht, de te winnen prijzen waren dan ook zeer aanlokkelijk. Deze opbrengsten compenseren een klein deel van de verliezen aan bijeenkomsten in de Wiekelaar in ruim anderhalf jaar. We zijn er nog niet, corona gaat niet weer weg. In de mij zeer bekende varkenshouderij kennen we immers al tientallen jaren corona’s. We hebben daar wel goed mee leren leven door een strikte scheiding tussen het bedrijf en de buitenwereld, binnen het bedrijf ook nog weer aparte units met eigen mensen, kleding en schoeisel. In het verleden heb ik de landelijke GGD directie en verpleegkundigen op stalbezoek gehad die een scherp contrast zagen met hun menselijke zorg waar alles nog kriskras door elkaar heen loopt. Met een redelijke opvolging van basisregels zou corona geen punt van zorg hoeven te zijn, alleen daar wringt juist de schoen. Mensen laten zich niet makkelijk sturen, zeker een kleine volhardende groep niet. Een beetje gezond boerenverstand zou al voldoende moeten zijn en is het gelukkig voor velen ook. Terug naar de Wiekelaar, tot op heden wordt er met gezond boerenverstand gehandeld en zien we hier geen besmettingsbron liggen. Overheidsregels worden opgevolgd en dezelfde overheden hebben ook een flink stuk financieel verlies gecompenseerd, voor wat hoort wat. Dat houdt echter een keer op en dan valt het te hopen dat bijeenkomsten weer volop doorgang vinden. Dit winter zal weer een zware dobber worden, de wil van mensen is groot genoeg, de wil van het virus nog sterker. De vele vrijwilligers die de verloting mogelijk maakten, de kopers die de loten gretig afnamen, het helpt de Wiekelaar en dus het verenigingsleven allemaal en iedereen is veel dank verschuldigd. In Oudleusen blijft de saamhorigheid en het gezonde boerenverstand voor altijd bestaan, daar ben ik van overtuigd.

Johnny Hogenkamp